TALK LIKE A PRO

 

Door middel van fieldtrips, gastcolleges en bedrijfsbezoeken krijgen we een beter beeld van hoe organisaties binnen de evenementen- en culturele sector werken. Tijdens deze activiteiten maken we niet alleen kennis met verschillende bedrijven en functies, maar leren we ook veel nieuwe vaktermen en vakjargon die binnen de branche worden gebruikt.

Voor deze opdracht maak ik een vakjargonwoordenboek. Hierin verzamel ik termen die ik tijdens de fieldtrips ben tegengekomen en heb genoteerd in mijn “Talk-Like-A-Pro” boekje. In mijn eigen woorden leg ik uit wat deze begrippen betekenen en hoe ze in de praktijk worden gebruikt binnen het werkveld. Op deze manier laat ik zien dat ik de taal van de evenementenbranche steeds beter leer begrijpen.

 

Talk Like a Pro – Vakjargonwoordenboek

In dit vakjargonwoordenboek leg ik in mijn eigen woorden uit wat deze termen betekenen en hoe ze in het werkveld worden gebruikt.

Productie

Alles wat georganiseerd moet worden om een evenement succesvol te laten verlopen, zoals techniek, planning en personeel.

Concept

Het centrale idee of thema van een evenement dat richting geeft aan de uitstraling, activiteiten en beleving.

Programmering

Het samenstellen en plannen van alle activiteiten, optredens of presentaties die tijdens een evenement plaatsvinden.

Doelgroep

De groep mensen voor wie een evenement bedoeld is, bijvoorbeeld jongeren, professionals of families.

Klantbeleving

De manier waarop bezoekers het evenement ervaren, inclusief sfeer, service en activiteiten.

Touchpoints

Alle momenten waarop bezoekers in contact komen met een evenement, bijvoorbeeld bij ticketkoop, entree of social media.

Brand-owned touchpoints

Contactmomenten die door de organisatie zelf worden gecreëerd, zoals de website, posters of social media.

Non-brand-owned touchpoints

Contactmomenten die niet direct door de organisatie worden beheerd, zoals reviews, nieuwsartikelen of mond-tot-mond reclame.

Storytelling

Het gebruiken van een verhaal of boodschap om de beleving van een evenement sterker en betekenisvoller te maken.

Community

Een groep mensen die zich verbonden voelt met een organisatie, evenement of cultuur.

Talentontwikkeling

Het ondersteunen en ontwikkelen van creatief of professioneel talent binnen een sector.

Participatie

De actieve betrokkenheid van bezoekers bij activiteiten tijdens een evenement.

Interactie

De communicatie of samenwerking tussen bezoekers, artiesten en organisatie.

Branding

Het versterken van de herkenbaarheid en identiteit van een merk tijdens een evenement.

Propositie

De unieke waarde of het aanbod dat een evenement aantrekkelijk maakt voor bezoekers.

Stakeholders

Alle betrokken partijen bij een evenement, zoals sponsoren, leveranciers, artiesten en bezoekers.

Ticketing

Het systeem waarmee tickets worden verkocht en beheerd.

PAX

Afkorting voor het aantal bezoekers of deelnemers aan een evenement.

Capaciteit

Het maximale aantal bezoekers dat een locatie veilig kan ontvangen.

Crowd control

Het veilig begeleiden en beheersen van grote groepen bezoekers tijdens een evenement.

Access control

Controle bij de ingang van een evenement om te bepalen wie toegang heeft.

Backstage

Het gedeelte achter de schermen waar artiesten, crew en medewerkers zich voorbereiden.

Stage manager

De persoon die verantwoordelijk is voor alles wat er op en rondom het podium gebeurt.

Soundcheck

Het testen van geluidsapparatuur en microfoons voordat een optreden begint.

Technische productie

Alles wat te maken heeft met techniek op een evenement, zoals licht, geluid en video.

Site productie

Alles wat te maken heeft met de inrichting van het terrein, zoals hekwerken, tenten en podia.

Logistiek

Het organiseren van transport, materialen en personeel tijdens een evenement.

Draaiboek

Een gedetailleerd document waarin staat wat er wanneer moet gebeuren tijdens een evenement.

Briefing

Een korte uitleg of instructie voor medewerkers voordat het evenement begint.

Debrief

Een evaluatie na het evenement waarin wordt besproken wat goed ging en wat verbeterd kan worden.

Checklist

Een overzicht van taken die moeten worden uitgevoerd om een evenement goed te organiseren.

Werkprocessen

De stappen en handelingen die nodig zijn om een taak of project uit te voeren.

Scope

Het afbakenen van een specifiek onderdeel van een project om hier meer detail in aan te brengen.

Peak-End Rule

Een principe dat stelt dat mensen vooral het hoogtepunt en het einde van een ervaring onthouden.

Meander

De route of looprichting die bezoekers volgen door een evenement of locatie.

Faciliteiten

Voorzieningen op een locatie, zoals kleedkamers, horeca of technische installaties.

BHV (Bedrijfshulpverlening)

Personeel dat is getraind om eerste hulp te verlenen en te handelen bij noodsituaties.

Overheadkosten

Algemene kosten van een organisatie, zoals personeel, administratie en huur.

Break-even point

Het moment waarop de inkomsten van een evenement gelijk zijn aan de kosten.

Fondswerving

Het verzamelen van financiële middelen voor een evenement, bijvoorbeeld via sponsors of subsidies.

Business to Business (B2B)

Evenementen die gericht zijn op bedrijven of zakelijke relaties.

Business to Consumer (B2C)

Evenementen die gericht zijn op consumenten of particuliere bezoekers.

Schoolroom seating

Een opstelling van tafels en stoelen die lijkt op een klaslokaal.

Silent disco

Een evenement waarbij bezoekers via draadloze koptelefoons naar muziek luisteren.

No-show

Een bezoeker, artiest of spreker die zonder afmelding niet komt opdagen.

Centrale post

De plek waar de organisatie het evenement coördineert en beslissingen worden genomen.

Draagvlak

De mate waarin een idee of evenement wordt gesteund door een team, organisatie of doelgroep.

MVO (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen)

Het organiseren van evenementen met aandacht voor duurzaamheid, sociale verantwoordelijkheid en inclusiviteit.

GIFKOT

Een model dat staat voor Geld, Informatie, Faciliteiten, Kwaliteit, Organisatie en Tijd en wordt gebruikt bij projectplanning.